maandag 2 juni 2008
hoofdopdracht; routine route (2D, typografie, serieel beeld)
Deze periode ben ik begonnen in de Illustratie klas, omdat ik had besloten dat ik toch geen media richting op wilde. Dit omdat ik merkte dat ik niet dacht in bewegende beelden voor de uitwerking van opdrachten.
Maar na een paar dagen de sfeer te hebben geproefd van wat Illustratie in hield, wist ik heel zeker dat dat het ook niet was voor mij, de keuze voor Illustratie had ik iets te onvoorbereid genomen. Gelukkig kon ik na een gesprek met mijn mentor een week later alsnog overstappen naar de richting die erg bij mij paste gezien mijn tot dusver gemaakte werk, dat is de richting Grafisch Ontwerpen.
De grafisch ontwerp-klas had zich in Berlijn (waar we in de week vooraf aan de start van periode 4 waren geweest) al voorbereid op de opdracht, namelijk een routine route grafisch in beeld brengen. In deze opdracht moesten de volgende vakgebieden terugkomen: 2D-beeldonderzoek (gelaagd beeld), typografie, en serieel beeld.
Ik ben een routine route gaan zoeken in mijn eigen omgeving.
Zo kwam ik er achter dat ik ongeveer elke dag wel voor iets naar de supermarkt ga (ik woon namelijk vlakbij een supermarkt) en dat ik dan vaak een boodschappenlijstje maak om dingen niet te vergeten, dingen die dus niet in mijn routine zitten, en die ik zonder zo’n lijstje dus zou vergeten.
Ik besloot iets met boodschappenlijstjes te gaan doen voor dit project.

Ik wilde iets gaan doen met de personen achter de lijstjes (geheel vanuit de verbeelding). Ik ben dus willekeurig foto’s gaan maken van mensen die boodschappen gedaan hadden.

Deze personen heb ik achteraf gekoppeld bij de lijstjes waar ik ze bij vond horen.


Ik heb verschillende vormgevingen gaan geprobeerd, maar bleef uiteindelijk toch bij het koppelen van personen aan boodschappenlijstjes vasthouden.
Mijn eind boek zag er als volgt uit:

Als omslag van het boek heb ik een poster gemaakt waar alle boodschappenlijstjes die ik in de loop van het project heb gevonden opstonden.

Bij deze opdracht speelde typografie ook een belangrijke rol, we hebben zelf ook letters in de klas moeten tekenen, om zo feeling met letters te krijgen.
Maar na een paar dagen de sfeer te hebben geproefd van wat Illustratie in hield, wist ik heel zeker dat dat het ook niet was voor mij, de keuze voor Illustratie had ik iets te onvoorbereid genomen. Gelukkig kon ik na een gesprek met mijn mentor een week later alsnog overstappen naar de richting die erg bij mij paste gezien mijn tot dusver gemaakte werk, dat is de richting Grafisch Ontwerpen.
De grafisch ontwerp-klas had zich in Berlijn (waar we in de week vooraf aan de start van periode 4 waren geweest) al voorbereid op de opdracht, namelijk een routine route grafisch in beeld brengen. In deze opdracht moesten de volgende vakgebieden terugkomen: 2D-beeldonderzoek (gelaagd beeld), typografie, en serieel beeld.
Ik ben een routine route gaan zoeken in mijn eigen omgeving.
Zo kwam ik er achter dat ik ongeveer elke dag wel voor iets naar de supermarkt ga (ik woon namelijk vlakbij een supermarkt) en dat ik dan vaak een boodschappenlijstje maak om dingen niet te vergeten, dingen die dus niet in mijn routine zitten, en die ik zonder zo’n lijstje dus zou vergeten.
Ik besloot iets met boodschappenlijstjes te gaan doen voor dit project.

Ik wilde iets gaan doen met de personen achter de lijstjes (geheel vanuit de verbeelding). Ik ben dus willekeurig foto’s gaan maken van mensen die boodschappen gedaan hadden.

Deze personen heb ik achteraf gekoppeld bij de lijstjes waar ik ze bij vond horen.


Ik heb verschillende vormgevingen gaan geprobeerd, maar bleef uiteindelijk toch bij het koppelen van personen aan boodschappenlijstjes vasthouden.
Mijn eind boek zag er als volgt uit:

Als omslag van het boek heb ik een poster gemaakt waar alle boodschappenlijstjes die ik in de loop van het project heb gevonden opstonden.

Bij deze opdracht speelde typografie ook een belangrijke rol, we hebben zelf ook letters in de klas moeten tekenen, om zo feeling met letters te krijgen.
subopdracht: souvenir (beeld en concept)
De opdracht luidde maak twee verschillende souvenirs. Deze souvenirs hoefden geen functie te hebben hoefden niet duidelijk uit een bepaald land afkomstig te zijn (het mocht zelfs uit een verzonnen land zijn), het souvenir moest iets zeggen over je zelf, (anders zou je dat niet als souvenir meenemen/maken), en iets over de gene voor wie het was, (anders zou je het niet voor diegene mee nemen/maken).
Ik had het lang moeilijk met het begrijpen van de bedoeling van deze opdracht, maar na een gesprek met de docent kwam ik op een idee. De docent wees mij erop dat ik iets moest gaan doen met een kwaliteit van mezelf, ik koos koken, en wilde om dit te vertalen in een souvenir een bord gaan bedrukken met patronen van voedsel of met patronen van supermarktlogo’s gezien de hoofdopdracht. Maar uiteindelijk kwam ik niet echt tot een patroon waar ik tevreden mee was.

Toen in die tijd trok mijn moeder bij haar nieuwe vriend in, ik verloor daarmee mijn huis waarin ik ben opgegroeid, ik had het hier erg moeilijk mee, en besloot om daarvoor een souvenir te maken, tegen het gaan missen van Deventer (de plaats waar mijn moeder woonde). In eerste instantie bedacht ik een medicijn tegen de heimwee (de heimwee naar het kibbelingen eten op de markt, en de fijne tijd beleefd aan de rivier de IJssel)

Het idee hier achter was goed, maar de uitwerking volgens mijn docent nog veelste letterlijk. Ik kwam toen op een doosje met een ei erin en alleen een gat in de bovenkant van dat doosje, het idee hierachter was dat je het ei wel kon pakken, maar dan kon je niet meer uit het doosje want je vuist paste niet door het gat. Je moest het verleden (Deventer-periode) dus loslaten om verder te kunnen.

Ook dit was nog te letterlijk uitgewerkt, maar bij dit uitgangspunt bleef ik. Na heel wat proefjes om dit gevoel goed te verbeelden kwam ik op een pop (mijn jeugdigheid) die ik uit elkaar zou halen, en daardoor wel bleef bestaan, maar nooit meer helemaal heel zou kunnen worden.

Als eerste eindresultaat (eind souvenir) heb ik een animatie gemaakt van deze pop die langzaam verder uit elkaar gaat.
Voor mijn andere souvenir (gemaakt vanuit ongeveer het zelfde uitgangspunt) heb ik een web van touw gemaakt tussen 3 bomen in, en op dit web heb ik een stoel gezet. Met het idee erachter dat normaal gesproken iedereen weet dat je op een stoel moet gaan zitten, maar nu is de stoel ten eerste heel moeilijk te bereiken, en ten tweede als het je zou lukken er op te komen zitten, dan zou het web stuk gaan.
Vertaald naar mijn situatie, ik kan dus moeilijk terug naar Deventer, want ik heb daar niks meer, het is ver weg van mij (dus dan ga je niet meer zomaar even terug), maar als ik daar toch naar toe terug zou gaan, dan gaat er iets stuk in mij, dat doet me veel verdriet.
Ik had het lang moeilijk met het begrijpen van de bedoeling van deze opdracht, maar na een gesprek met de docent kwam ik op een idee. De docent wees mij erop dat ik iets moest gaan doen met een kwaliteit van mezelf, ik koos koken, en wilde om dit te vertalen in een souvenir een bord gaan bedrukken met patronen van voedsel of met patronen van supermarktlogo’s gezien de hoofdopdracht. Maar uiteindelijk kwam ik niet echt tot een patroon waar ik tevreden mee was.

Toen in die tijd trok mijn moeder bij haar nieuwe vriend in, ik verloor daarmee mijn huis waarin ik ben opgegroeid, ik had het hier erg moeilijk mee, en besloot om daarvoor een souvenir te maken, tegen het gaan missen van Deventer (de plaats waar mijn moeder woonde). In eerste instantie bedacht ik een medicijn tegen de heimwee (de heimwee naar het kibbelingen eten op de markt, en de fijne tijd beleefd aan de rivier de IJssel)

Het idee hier achter was goed, maar de uitwerking volgens mijn docent nog veelste letterlijk. Ik kwam toen op een doosje met een ei erin en alleen een gat in de bovenkant van dat doosje, het idee hierachter was dat je het ei wel kon pakken, maar dan kon je niet meer uit het doosje want je vuist paste niet door het gat. Je moest het verleden (Deventer-periode) dus loslaten om verder te kunnen.

Ook dit was nog te letterlijk uitgewerkt, maar bij dit uitgangspunt bleef ik. Na heel wat proefjes om dit gevoel goed te verbeelden kwam ik op een pop (mijn jeugdigheid) die ik uit elkaar zou halen, en daardoor wel bleef bestaan, maar nooit meer helemaal heel zou kunnen worden.

Als eerste eindresultaat (eind souvenir) heb ik een animatie gemaakt van deze pop die langzaam verder uit elkaar gaat.
Voor mijn andere souvenir (gemaakt vanuit ongeveer het zelfde uitgangspunt) heb ik een web van touw gemaakt tussen 3 bomen in, en op dit web heb ik een stoel gezet. Met het idee erachter dat normaal gesproken iedereen weet dat je op een stoel moet gaan zitten, maar nu is de stoel ten eerste heel moeilijk te bereiken, en ten tweede als het je zou lukken er op te komen zitten, dan zou het web stuk gaan.
Vertaald naar mijn situatie, ik kan dus moeilijk terug naar Deventer, want ik heb daar niks meer, het is ver weg van mij (dus dan ga je niet meer zomaar even terug), maar als ik daar toch naar toe terug zou gaan, dan gaat er iets stuk in mij, dat doet me veel verdriet.
zondag 1 juni 2008
serieel beeld
Bij serieel beeld moesten we ons laten inspireren door een gedicht om zo tot beelden te komen. Dus niet het gedicht verbeelden, maar dat verbeelden wat het voor JOU betekende.
Mijn gekozen gedicht luidde als volgt:
Ik lig in water, blauwgroen water niet
zomaar te baden. In water ben ik
omdat ik daar besta. Zie mijn meisjesheupen
bloeien onder water. En zie mij uit het water,
daar weeg ik als een vrouw.
Uit het water wieg ik niet van mij vandaan.
Ik drijf mij van mij weg - een bleke maan
uit de gravitatie van het lichaam
Ik lig in water, blauwgroen water. Denk niet,
denk niet dat ik maar wat lig te baden.
Ik zal in water blijven tot het water
in mij binnengaat. Tot het mij is. En ik haar.
Tot ik denk als water.
(Bernard Dewulf)
In eerste instatie gaf ik de atmosfeer van dit gedicht in beelden als volgt weer:
Er zaten goeie dingen in, maar ik vond dat het zachter moest, meer een geheel, ik kwam toen tot de volgende film:
Zowel mijn leraar als ikzelf waren erg tevreden over dit resultaat, en het werd tijd voor een nieuwe uitdaging, ik moest (of nou ja, die uitdaging was) stem gaan toevoegen bij het beeld.
Ik ben opnieuw naar de bibliotheek gegaan (net als toen ik het inspiratie gedicht moest uitkiezen) om daar mooie gedichten te zoeken, of teksten uit gedichten.
De tekst die ik heb gekozen om er bij toe te voegen met stemgeluid is geworden:
"Net als zij aan mij denkt,
toevallig.
Denk ik misschien niet aan haar,
zo is er, juist als er niks is,
altijd wat."
(dit is een stukje uit een gedicht van Hans Faverey)
Dit is het uiteindelijke eindresultaat geworden:
Mijn gekozen gedicht luidde als volgt:
Ik lig in water, blauwgroen water niet
zomaar te baden. In water ben ik
omdat ik daar besta. Zie mijn meisjesheupen
bloeien onder water. En zie mij uit het water,
daar weeg ik als een vrouw.
Uit het water wieg ik niet van mij vandaan.
Ik drijf mij van mij weg - een bleke maan
uit de gravitatie van het lichaam
Ik lig in water, blauwgroen water. Denk niet,
denk niet dat ik maar wat lig te baden.
Ik zal in water blijven tot het water
in mij binnengaat. Tot het mij is. En ik haar.
Tot ik denk als water.
(Bernard Dewulf)
In eerste instatie gaf ik de atmosfeer van dit gedicht in beelden als volgt weer:
Er zaten goeie dingen in, maar ik vond dat het zachter moest, meer een geheel, ik kwam toen tot de volgende film:
Zowel mijn leraar als ikzelf waren erg tevreden over dit resultaat, en het werd tijd voor een nieuwe uitdaging, ik moest (of nou ja, die uitdaging was) stem gaan toevoegen bij het beeld.
Ik ben opnieuw naar de bibliotheek gegaan (net als toen ik het inspiratie gedicht moest uitkiezen) om daar mooie gedichten te zoeken, of teksten uit gedichten.
De tekst die ik heb gekozen om er bij toe te voegen met stemgeluid is geworden:
"Net als zij aan mij denkt,
toevallig.
Denk ik misschien niet aan haar,
zo is er, juist als er niks is,
altijd wat."
(dit is een stukje uit een gedicht van Hans Faverey)
Dit is het uiteindelijke eindresultaat geworden:
2D-beeldonderzoek
De opdracht bij 2D-beeldonderzoek was deze periode het in acht beelden weergeven van een normale doordeweekse dag. Dit mocht op alle mogelijke manieren, en met alle mogelijke materialen, het enige was dat het tweedimensionaal moest zijn.
Ik koos voor de volgende 8 momenten:
[ opmaken ] [ naar school fietsen ] [ op school aankomen ]
[ op school/in de klas ] [ boodschappen doen ]
[ op het toilet ] [ televisie kijken ] [ tanden poetsen ]


Daarnaast moest je bij elk moment een situatie opzoeken waar je normaal geen aandacht voor zou hebben, maar wat wel de moeite waard is om even bij stil te staan. Zo'n detail moest je heel precies uitwerken, hierbij moest je goed letten op kleurgebruik, materiaal gebruik, om zo goed mogelijk de textuur weer te geven.

Uit de vele foto's die ik voor deze opdracht heb gemaakt, moest ik ook nog een selectie van acht kiezen, hierbij moest ik puur kijken naar de kwaliteit van de foto, dus niet per moment kijken.

Tijdens de lessen op school hebben we veel model tekeningen gemaakt, hiervoor poseerde om de beurt een klasgenoot, ook ikzelf heb een aantal keer model gestaan.
Ik koos voor de volgende 8 momenten:
[ opmaken ] [ naar school fietsen ] [ op school aankomen ]
[ op school/in de klas ] [ boodschappen doen ]
[ op het toilet ] [ televisie kijken ] [ tanden poetsen ]


Daarnaast moest je bij elk moment een situatie opzoeken waar je normaal geen aandacht voor zou hebben, maar wat wel de moeite waard is om even bij stil te staan. Zo'n detail moest je heel precies uitwerken, hierbij moest je goed letten op kleurgebruik, materiaal gebruik, om zo goed mogelijk de textuur weer te geven.

Uit de vele foto's die ik voor deze opdracht heb gemaakt, moest ik ook nog een selectie van acht kiezen, hierbij moest ik puur kijken naar de kwaliteit van de foto, dus niet per moment kijken.

Tijdens de lessen op school hebben we veel model tekeningen gemaakt, hiervoor poseerde om de beurt een klasgenoot, ook ikzelf heb een aantal keer model gestaan.
beeld en concept
Bij beeld en concept moest iedereen een monumentale boom kiezen voor de opdracht van deze periode, de keuze voor de boom moest je inspireren tot een project wat je d'r mee kon gaan ondernemen.
In eerste instantie koos ik de Wilhelminaboom (uit Nijmegen), ik koos vrij willekeurig voor deze boom, ik had voor mijn gevoel met geen enkele boom echt een band, en Nijmegen was ongeveer op de helft van de reis tussen mijn moeders huis (waar ik in het weekend vaak was) en mijn eigen huis in Breda. Wat ik leuk vond aan de boom was dat ie midden in het centrum stond en het blijkbaar altijd had overleefd.

Toen ik de eerst les in de klas kwam bleek dat de rest van de klas allemaal echt een rede hadden waarom ze voor een bepaalde boom hadden gekozen. Een klasgenoot had als boom een koortsboom gekozen (dit is een boom waar mensen doekjes in hangen om te genezen van kwalen), de symboliek van deze boom sprak me erg aan, dus ik onderzocht of er meerdere koortsbomen bestonden. Dit bleek het geval te zijn, en deze was zelfs vlakbij Breda (Etten-Leur), deze boom werd de boom waar ik me deze opdracht mee bezig zou gaan houden.

Wat me zo aansprak aan de boom was de traditie die er mee verbonden is (doekjes ophangen om te genezen), de lintje die echt nog steeds in de boom hangen, en de bolletjes die deze boom als vrucht/bloesem maakt.
Ik ben toen onderzoek gaan doen naar de ervaringen die mensen met de boom hadden, en kwam er toen achter dat het is onderzocht of er echt genezingen uit voort gekomen waren, en dat bleek niet zo te zijn, dit intrigeerde me, en met dit gegeven ben ik verder gaan denken. Ik kwam toen op het idee dat ik geluk zou gaan verkopen, te koop aan bieden. Ik wilde dit overbrengen met behulp van een advertentie.

Uiteindelijk is het een advertentie in een spiritueel tijdschrift (ParaVisie) geworden.
In eerste instantie koos ik de Wilhelminaboom (uit Nijmegen), ik koos vrij willekeurig voor deze boom, ik had voor mijn gevoel met geen enkele boom echt een band, en Nijmegen was ongeveer op de helft van de reis tussen mijn moeders huis (waar ik in het weekend vaak was) en mijn eigen huis in Breda. Wat ik leuk vond aan de boom was dat ie midden in het centrum stond en het blijkbaar altijd had overleefd.

Toen ik de eerst les in de klas kwam bleek dat de rest van de klas allemaal echt een rede hadden waarom ze voor een bepaalde boom hadden gekozen. Een klasgenoot had als boom een koortsboom gekozen (dit is een boom waar mensen doekjes in hangen om te genezen van kwalen), de symboliek van deze boom sprak me erg aan, dus ik onderzocht of er meerdere koortsbomen bestonden. Dit bleek het geval te zijn, en deze was zelfs vlakbij Breda (Etten-Leur), deze boom werd de boom waar ik me deze opdracht mee bezig zou gaan houden.

Wat me zo aansprak aan de boom was de traditie die er mee verbonden is (doekjes ophangen om te genezen), de lintje die echt nog steeds in de boom hangen, en de bolletjes die deze boom als vrucht/bloesem maakt.
Ik ben toen onderzoek gaan doen naar de ervaringen die mensen met de boom hadden, en kwam er toen achter dat het is onderzocht of er echt genezingen uit voort gekomen waren, en dat bleek niet zo te zijn, dit intrigeerde me, en met dit gegeven ben ik verder gaan denken. Ik kwam toen op het idee dat ik geluk zou gaan verkopen, te koop aan bieden. Ik wilde dit overbrengen met behulp van een advertentie.

Uiteindelijk is het een advertentie in een spiritueel tijdschrift (ParaVisie) geworden.
media college
Bij media college kregen we elke week een gastpresentatie van een persoon die iets deed in een van de drie media- studierichtingen die je bij ons op school kunt kiezen: fotografie, audiovisuele vormgeving en animatie. Deze gastpresentatoren lieten werk van zichzelf zien en vertelden hier over, vaak vond ik deze presentatie zeer interessant.
Als opdracht voor media college moesten we in groepjes van ongeveer vijf personen een interview doen met iemand uit het vakgebied media. Onze klas had de richting fotografie, en daarbinnen waren weer subgroepen onder verdeeld, en onze groep had foto-agentschap. Van dit interview moest uiteindelijk een audiovisuele presentatie gegeven worden. Voor dit interview zijn we naar een fotograaf geweest die wat met agentschappen te maken had (dachten we, uiteindelijk hebben deze mensen ons wel wat kunnen vertellen over agentschap, maar hadden ze er zelf geen). Ook hebben we telefonisch het ANP (een van de grootste agentschappen in Nederland) benaderd, dit is niet alleen een agentschap voor fotografie, maar samen met het andere interview hebben we in onze audiovisuele presentatie een goed beeld kunnen neerzetten van foto-agentschap.
In het begin van deze periode hebben we elke week binnen een van de richtingen een tweedaagse workshop gevolgd, de eerste week was voor onze klas audiovisuele vormgeving/film, de week daarop fotografie, en als laatst de workshop animatie. Door middel van een opdracht kon je even binnen kijken bij (een deel van) het vakgebied.
Bij fotografie moesten we foto's maken met verschillende thema's (compositie, licht, standpunt, tijd en nacht), en deze vervolgens zo te bewerken dat ze het mooist uitgeprint konden worden.

Bij de workshop animatie heb ik samen met Niki een animatie gemaakt over een doorgeprikte zeepbel
Als opdracht voor media college moesten we in groepjes van ongeveer vijf personen een interview doen met iemand uit het vakgebied media. Onze klas had de richting fotografie, en daarbinnen waren weer subgroepen onder verdeeld, en onze groep had foto-agentschap. Van dit interview moest uiteindelijk een audiovisuele presentatie gegeven worden. Voor dit interview zijn we naar een fotograaf geweest die wat met agentschappen te maken had (dachten we, uiteindelijk hebben deze mensen ons wel wat kunnen vertellen over agentschap, maar hadden ze er zelf geen). Ook hebben we telefonisch het ANP (een van de grootste agentschappen in Nederland) benaderd, dit is niet alleen een agentschap voor fotografie, maar samen met het andere interview hebben we in onze audiovisuele presentatie een goed beeld kunnen neerzetten van foto-agentschap.
In het begin van deze periode hebben we elke week binnen een van de richtingen een tweedaagse workshop gevolgd, de eerste week was voor onze klas audiovisuele vormgeving/film, de week daarop fotografie, en als laatst de workshop animatie. Door middel van een opdracht kon je even binnen kijken bij (een deel van) het vakgebied.
Bij fotografie moesten we foto's maken met verschillende thema's (compositie, licht, standpunt, tijd en nacht), en deze vervolgens zo te bewerken dat ze het mooist uitgeprint konden worden.

Bij de workshop animatie heb ik samen met Niki een animatie gemaakt over een doorgeprikte zeepbel
Abonneren op:
Posts (Atom)